Eerste luik: aanvullend pensioen

Vanuit de bekommernis van sociale bescherming wenst de overheid te vermijden dat het beleggingsrisico in aanvullende pensioenplannen op de werknemers zou gelegd worden. Daarom wordt het principe van gewaarborgd minimumrendement toegepast en wordt gekozen voor zekerheid ! Het gaat hier om een risicoloze belegging, dus geen speculatie op de beurs.

Het aanvullend pensioen zelf is als volgt samengesteld :

  • de som van de gestorte bijdragen door de werkgever voor de opbouw van uw persoonlijk aanvullend pensioen;
  • verminderd met de administratiekosten (circa 1,30 % van de stortingen)
  • verhoogd met een rendement of het tarief 
  • eventueel aangevuld met een winstdeling.

In elk geval krijgt de bediende het minimumrendement zoals vastgelegd in de Wet op de Aanvullende Pensioenen. Voor de controle hierop wordt het totaal rendement in rekening gebracht.

Tweede luik: solidariteit

Het aanvullend pensioenplan voor de arbeiders van de voedingsnijverheid is tevens een sociaal pensioenplan. Dit betekent dat tevens een solidariteitsluik is voorzien.

De opbouw van een aanvullend pensioen via de storting van bijdragen heeft meestal betrekking op de opbouw van een aanvullend pensioen tijdens de periode dat de werknemer werkt. Tijdens periodes waarin de werknemer niet werkt (bijvoorbeeld wegens langdurige ziekte), worden er geen pensioenbijdragen gestort.

De Wet op de Aanvullend Pensioen (WAP) wil, via de sociale pensioenplannen, hieraan iets doen. En dus de opbouw van een aanvullend pensioen ook tijdens bepaalde periodes van inactiviteit veilig stellen.

In het solidariteitsluik van het sociaal pensioenplan voor de arbeiders in de voedingsindustrie worden volgende extra voordelen voorzien :

  • vergoeding van 2.000 euro (vanaf 1.1.2014)  bij overlijden van een arbeider die deelneemt aan het luik solidariteit vanaf ten minste 132 dagen aansluiting;
  • éénmalige storting van 200 euro (vanaf 1.1.2014) voor het aanvullend pensioen van de betrokken arbeider voor de eerste periode van arbeidsongeschiktheid van 200 of meer dagen na een periode van gewaarborgd loon. De arbeidsongeschiktheid dient na 1 april 2004 aan te vangen;
  • doorbetaling van de bijdragen aan het aanvullend pensioen wanneer de werkgever de verschuldigde bijdragen niet stort via de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid bij faillissement, tot één maand na de faillietverklaring.
  • voor elke dag economische werkloosheid zal vanuit het solidariteitsfonds een bijdrage van 0,75 euro (vanaf 1.1.2014) worden gestort voor de opbouw van het aanvullend pensioen van de betrokken arbeider.

In elk geval dient de aangeslotene minstens 132 RSZ-dagen te zijn aangesloten.

Contacteer voor meer info

Blijf op de hoogte

Werknemers

Schrijf je in op om op de hoogte te blijven van onze opleidingen en onze dienstverlening.

Terug naar boven